blog
typew_rb
nav
Blog van Iris

 

Mijmering over de schoonheid van een planeet
Tijdens een wandeling over het strand

* * *

De oplichtende zee is het allermooiste, Dat brekend licht op water…
Aan het begin van de middag voltrekt zich het wonder

als de kristallen bokaal in scherven breekt waarna het licht zich verstrooit over het oppervlak en Vorm en Inhoud versmelten tot één transparant vloeiend geheel

De kristallen bokaal blijkt onbreekbaar…

Het is uiteraard een kwestie van smaak
een ander zal zich laven aan de bergen

 

Aan zachtgroene glooiende heuvels, zich verdichtend in het donkergroen van bergketens waar de condor traag zijn cirkels wiekt; en verder door naar het diepblauw massief dat zich naar alle kanten uitstrekt en de horizon heeft ingenomen. Met op de hoogste toppen sneeuw en statige gletchers,- gevangen licht, vastgeklonken in het ijs.

En nog verder, hoog in de ijle lucht waar geen boom, geen mens meer gedijt, verheft zich de Troon, de allerhoogste piek in het oneindige blauw,- verder reikt de aarde niet. De schoonheid van zo’n landschap…
adembenemend zal het zijn.

 

Ik ben er niet geweest, de glooiende heuvels kan ik mij nog veroorloven maar de bergketen is mij al te machtig en het massief net zo onbereikbaar als een verre planeet; en de Troon?
Ach, de Troon, gemaakt van eeuwig ijs en bevroren sneeuw, indrukwekkend torent zij in de leegte, er is niets meer boven haar en beneden is al het leven,

eeuwig is zij, majestueus maar onbereikbaar, een zetel voor de geest misschien, want het leven eindigt hier.

 

Terug dus naar het leven, langs het massief en gletchers, over de ketens van bergen en glooiende heuvels naar het lage land. Terug ook naar de horizon.
Daar golft en deint het gouden graan, het geurt zoet en is warm. Een zomerlang zon bevindt zich in de halmen die op barsten staan, het zindert en gonst van leven.

Zonnebloemen staan op hun tenen, zich rekkend naar de zon die zij volgen met hun bruine oog van op- tot ondergang; en doven gelijk met hem hun licht.
Een dag gaat voorbij, en nog een dag, en weer…

 

Elders is de aarde roodgekleurd of diep oranje, okergeel stuift het stof  want de wind blaast hier altijd
maar brengt zelden regen

In de verte klinken trommels, handgeklap en hoge vrouwenstemmen verenigd in een lied, de mannen dansen,

De grond trilt mee en een bedwelmende geur stijgt op, een zoet parfum, zwaar van ouderdom.

Men zegt: dit is het oudste continent, hier begon het leven
En later, veel later, de geschiedenis van de mens

Dat zou kunnen

we zullen het nooit zeker weten Het verleden ligt in de aarde begraven

 
Midden in de aarde, waar geen plant, geen mens meer gedijt, is een Grot, uitgespaard in het gesteente;

Kristallen pilaren, dik en groot als eeuwenoude eiken, stutten het gewelf, duizenden en duizenden pilaren, glinsterend als de zon midden op de dag,

De schoonheid van zo’n landschap…

adembenemend zal het zijn.


Ach, de Grot, gemaakt van vuur en kristal, indrukwekkend opent zij haar leegte, er is niets meer beneden haar en boven is al het leven,
eeuwig is zij, majestueus maar onbereikbaar, een zetel voor de geest misschien, want het leven eindigt hier.

Terug naar het leven, omhoog uit de Grot langs de pilaren, door vuur en dikke lagen mineraal, ijzer, erts en edel gesteente, dwars door onderaardse rivieren en bronnen – niet ontdekt nog door de mens - omhoog naar het regenwoud.

Hier krioelt het van het leven, geen stukje aarde is onbegroeid, planten zo hoog als bomen vangen het water op dat uit de hemel gutst. Voor even en dan breekt de zon weer door en dampt en wasemt het woud. Een kakefonie van kleur en geluid stijgt op, zo bont en rijk geschakeerd zie je het nergens.

Wat is er verder nog,
een eindeloze variatie van klimaat, vegetatie, dieren en mensen;

Een planeet vol leven.

Maar de oplichtende zee is het allermooiste, Dat brekend licht op water…

 

Koffie Experience

Onlangs is er een vestiging van een bekend Amerikaans koffiehuis in hartje Amsterdam geopend en ik wil erheen. Maar ik heb een conflict met deze firma, een innerlijk conflict. Het is een afdruk van de Amerikaanse cultuur die op een of andere manier wringt terwijl het interieur uitnodigt even een krantje te lezen en een koffie te bestellen. Ik breek door het dilemma en voeg me in de rij bij de bestelbalie en lever me uit aan het Amerikaanse systeem waar ik niets van begrijp en wat me hoogst inefficiënt voorkomt. Minstens drie medewerkers bemoeien zich met mijn koffie. In de vitrine ligt een stapel uitpuilende cakejes met blauwe bosbessen waar ik nooit naar taal maar waar ik onmiddellijk sterke behoefte aan krijg zodra ik ze zie. Alléén koffie, vermaan ik mijzelf en bestudeer de schoolborden met de soorten en maten en probeer een keuze te maken.

‘Ik wil een sterke koffie met een beetje melk. Hete melk.’
‘Dan kunt u beter naar mijn collega, daar,’ en het meisje wijst naar een hoek waar glimmende apparaten staan opgesteld met een glimmende jongeman erachter. Iedereen glimt en glimlacht hier, dat is onderdeel van mijn conflict merk ik. Het personeel van dit genre Amerikaanse horeca is van eenzelfde bloedgroep met een vastgelijmde glimlach en een net iets te hoge stem die steeds enthousiast nog meer de hoogte ingaat. Onveranderlijk vriendelijk en hulpvaardig. Wat wil je nog meer…

Koffie. En ik begeef me naar het blingbling gedeelte.
‘Een sterke koffie met een beetje melk. Hete melk.’
‘Welke koffie wilt u?’
‘Sumatra.’ Die heb ik thuis ook en die bevalt me zeer.
‘Goede keuze mevrouw.’
Eigenlijk zou ik mijn grenzen moeten verleggen maar ik heb het al gezegd en het jongmens is de bonen aan het malen.
‘Deze bonen hebben vijf jaar in de zon liggen rijpen voordat ze worden gebrand. En dat proeft u verzeker ik u.’ 
‘Net als wijn. Een grand cru of zo?’
‘Als wijn mevrouw.’

Hij maakt mijn koffie in een reusachtig apparaat, precies afgesteld op Sumatra. Niet te kort laten trekken en niet te lang. Hij giet de koffie in de mok en loopt ermee naar de bestelbalie want hij heeft geen melkkoker in zijn blinghoek.
‘Voor de melk moet je naar de buren?’
‘Deze koffie drinkt men eigenlijk nooit met melk, dan gaat de smaak verloren.’ Met zorg giet hij hete melk in het superbrouwsel en overhandigt mij de mok. Ik negeer ook hier de stapels cakes met blauwe bessen waar ik naar hunker en zoek een plaats. Ik hoor Chet Baker door de luidsprekers, niet te hard en niet te zacht.
Conflict.
Waarom toch?

Ik nip aan de koffie, niet normaal zo lekker. Ik heb een plek gevonden bij het raam, het Rembrandtplein is rustig op dit uur, men veegt de stoep en zet de stoelen klaar voor de hordes die straks komen. Hartje Amsterdam. Een meisje met een bak vaatwerk en glimlach komt langs om de lege koppen mee te nemen die nog op het tafeltje staan en gaat even in de andere stoel zitten, bak op schoot. ‘Welke koffie heeft u als ik vragen mag?’
‘Sumatra.’
‘O! Goede keuze, dat is ook mijn favoriet. Weet u, de bonen hebben vijf jaar in de zon gelegen voordat ze worden gebrand.’
‘O ja? Goh. Net als wijn.’
Ze gaat weer met haar vaatwerk. Wat een vriendelijke mensen toch allemaal.

Ik kijk rond, smaakvol ingericht. Deens. Het is op het moment overal Deens maar hier heeft het de afdruk van de Amerikaanse cultuur.
Schuin voor me zitten twee jongemannen naar het scherm van hun laptop te staren, met ernstige gezichten alsof ze de Troonrede aan het voorbereiden zijn waarin veertig miljard bezuinigingen wordt aangekondigd. De twee appeltjes met beet eruit zilveren me tegemoet.

 Een appel met een beet eruit. Waar heb ik dat meer gezien.

‘Er was eens een vrouw en ze heette Eeeva.’

En dan volgt die groteske verleidingsscene als Adam even niet in de buurt is met alle gevolgen van dien. Ze neemt een hapje uit de appel en dat is het begin van het drama. Althans, zo is ons geleerd maar ik heb het altijd een raar verhaal gevonden. God die door de bladeren van de vijgenboom staat te loeren en Eva op heterdaad betrapt. Alsof hij daar juist op had staan letten, dat ze een hap zou nemen om haar vervolgens het paradijs uit te sturen. God zou zoiets nooit doen. En als hij het wel doet is hij god niet. Dan komt Adam terug en hoort over de appel en de onverbiddelijke straf.
Zij was het Heer, ik niet.’ En hij wijst op Eva. Meteen in de verdediging en de ander de schuld geven. In plaats van dat hij zegt: ‘Ik sta pal voor mijn vrouw, appel of geen appel met beet eruit. Ik heb haar lief, als zij gaat, ga ik ook!’
‘Kijk,’ zou God dan gezegd hebben, ‘dat is klare taal, dat is pas liefde. Daar houd ik van. Ik hoopte al dat je dat zou zeggen. Blijf. Blijf hier. En waarom hebben jullie die malle bladeren voorgehangen? Juist op een van de mooiste attributen die ik jullie heb meegegeven! Enfin, moeten jullie zelf weten, maar ik vind het vreemd.’

 Buiten loeit een brandweerwagen voorbij. Het wekt mij terug in het café waar ik in conflict ben. Schuin voor me staren de jonge mannen nog steeds naar hun Troonrede. Chet Baker speelt, de koffie is hemels. Hoe kom ik uit mijn dilemma?
Eenvoudig, dit is geen café.
Ik heb een Koffie Experience.

 

Klapperpistool

‘Criminele jeugd extreem gewelddadig’, kopt een Amsterdamse zaterdagkrant.
De zin blijft hangen en begint zichzelf te ontleden.

Jeugd: nog niet volwassen mensen, veertien, vijftien jaar. Zijn dat allemaal jongens, zitten er ook meisjes bij?
Crimineel: van het rechte pad af. Ofschoon je vandaag de dag van goede huize moet komen om te definiëren wat dat rechte pad dan wel is. Wat tien jaar geleden onacceptabel was is nu bon ton. Afgegleden langs een neerwaartse spiraal, geleidelijk, niet ineens, en pas als grenzen werkelijk overschreden worden lijkt men wakker te worden.
Gewelddadig: een oorlog, de maffia, van god los. Het leven wordt niet meer gerespecteerd in een verbond met de dood die wordt ingezet om te dreigen, te intimideren en te moorden.
Extreem: in overtreffende trap ook nog. Van alle goden los. Syrië, Afrika, landen en volkeren in botsing met een arsenaal aan wapens. De verschrikkelijkste catacomben van het menselijk handelen. Maar jeugd?

Het lijkt een paradox deze meest donkere kant van het menselijk bestaan te verbinden met hen die aan het begin van hun leven staan en bovendien in een maatschappij wonen waar geen oorlog is. Waar men vrij is.

Kinderen leren het meest door nabootsing, zeggen de gedragswetenschappers.
Dat weet iedere ouder en leerkracht, maar goed. Leren door na-te-doen. Bewust en onbewust. Waarbij de laatste variant het meest vatbaar en meest precair is, immers het onttrekt zich aan de waarneming, ook die van de wetenschapper.
Ten tijde van de opmars van het agressieve speelgoed en meer nog van agressieve televisie programma’s - voor kinderen!- kwam af en toe wel een waarschuwend appčl: er is een verband tussen het geweld op de televisie en gedrag later.
‘Welnee’, roept men in koor, ‘niet aangetoond, overdreven, kinderen kunnen heel goed zelf onderscheid maken tussen echt en niet echt.’
Kinderen maken geen onderscheid, ze geloven nog in Sinterklaas en in de kerstman.

Zelfs tekenfilms voor de allerkleinsten staan bol van het geweld, er wordt gevochten, geknald, de lucht in geschoten met opgefokte geluiden, allemaal zó geestig en je ziet toch op afstand dat het nep is, verzonnen? Karikaturaal? Voor volwassenen, die dat soort films maken ja maar niet voor kinderen. Inmiddels zijn drie generaties achtereen opgegroeid met deze beelden, in alsmaar toenemende mate en met steeds minder filters en voorzorg om harde en confronterende beelden van hen weg te houden. Al in het wipzitje worden ze voor de televisie gezet, ‘Maar ze vinden het leuk, kijk hoe ze kijken’. Ze moeten wel. Bewegende beelden in felle kleuren met al het lawaai dwingt een kind zijn of haar blik naar het scherm te richten waar ze voor zijn gezet. En later, als ze ervoor hangen.
De tekenfilms worden games, televisieseries, bioscoop, geweld, geweld en nog eens geweld. We kijken naar het nieuws en spreken onze afschuw uit over alle ellende en bloedvergieten en zappen vervolgens naar een serie of een film bol van exact hetzelfde geweld en uit de realiteit nagespeelde conflicten. Voor ontspanning en vermaak.

Over paradox gesproken! We hebben het inmiddels over volwassen- en bijna volwassen mensen. Over jeugd.

En is het ‘onschuldige’ klapperpistooltje van vroeger vervangen door een machinegeweertje. ‘Het is van plastic’, wordt wat lacherig geantwoord. Het is een machinegeweertje. Laat dat tje maar weg… Nabootsing.
De agressie in speelgoed, games, televisie, reclame, films is zo alom aanwezig en niet te ontlopen en wordt dermate gelegitimeerd en gedicteerd door de commercie, het lijkt een volslagen illusie dat we daar óóit nog vanaf komen. Argumenten en waarschuwingen stuiten af op een metersdikke schier ondoordringbare borstwering: ‘het zal zo’n vaart niet lopen’, ‘welnee, niet aangetoond’, ‘moet kunnen’, ‘ik ben er ook mee opgegroeid en heb er niets aan overgehouden’. Nee, misschien niet, hoewel ook jij een onderbewuste hebt waar je niet één, twee drie bij kunt en wat je gedrag beďnvloedt zonder dat je weet hoe, dus dat je er niets aan over hebt gehouden valt nog maar te bezien.

Een metersdikke borstwering. Schier ondoordringbaar.
Schier is een ouderwets Nederlands woord voor: nagenoeg, bijna.
De borstwering is dus niet ondoordringbaar, maar nagenoeg. Er zitten scheuren en gaten in, het wrikt en werkt. Als je goed kijkt…

Illusies hebben we niets aan, zoals hopen dat het vanzelf zal omvallen. Idealen hebben we daarentegen heel veel aan, we hebben ze ook hard nodig in tijden van verval. En ze zijn in staat het meest gewortelde en onaantastbare omver te werpen. Dat vraagt om een volstrekt nieuwe manier van denken. Om een nieuwe cultuur. Opdat over tien, twintig jaar de zaterdagkrant kopt: ‘Jeugd extreem coöperatief en vreedzaam.’

maart 2012

 

Helden & Ridders anno 2012

Sea Shepherd actieman Erwin Vermeulen is vrijgesproken door een Japanse rechtbank.

Een kort berichtje in de krant, hij is nog niet terug in Nederland, kan dus ook niet verschijnen in populaire praatprogramma's, maar waar is de aandacht? Waar is de golf aan achtergrondinformatie in de media die vrijwel per ommegaande verschijnt als er een incident te melden valt?

Sea Shepherd is een Amerikaanse internationaal bemande organisatie die het leven in de oceaan bewaakt en beschemt. Tegen vervuiling, walvisjagers, koraalroof, afvaldumping, verwoestende sleepnetten etcetera. Inmiddels door wetten aan banden gelegd maar de mazen daarvan zijn net zo groot als in een visnet en gauw gevonden. Sea Shepherd klaagt dit aan en handelt.Ze gaan de confrontatie aan met hun schepen en vooral met hun missie. De bemanning, waaronder ook vrouwen, schuwen de risico’s van zo’n confrontatie niet en gaan het water op. Om te beschermen, te redden en in leven te houden wat anders gedood zou worden. Als eigentijdse ridders met facebook en twitter als wapen om de wereld getuige te laten zijn. Met moed en met hun emotie als ze voor hun ogen een schitterende walvis op wrede wijze afgeslacht zien worden.

We zagen op televisie het filmpje waarin tientallen dolfijnen door Japanse jagers bijeen worden gedreven en koelbloedig afgemaakt, het zeewater kleurt rood, je hoort de hoge toon van de dieren, hun telepathisch navigatie systeem waar ze ook mensen mee redden. Vermeulen had een van de jagers een duw gegeven, zo weten we. Wat een beheersing! En wat een bewustzijn. Hij zal ongetwijfeld hebben beseft dat agressie en emotie het werk wat hij en zijn collega’s doen meer dan wat ook zou hinderen. En uiteindelijk lost agressie niets op. Een duw, meer niet maar genoeg om hem in te rekenen.

Dat haalde de voorpagina. En er kwam aandacht waardoor wij het filmpje konden zien maar daarna ebde het weg…

Wanneer vinden we iets zodanig de moeite waard dat we het er dagen en dagen over hebben? Als een ‘journalist’ met populistische signatuur in een razend populair televisieprogramma onderuit gaat? Gewoon ontmaskerd, meer is het niet maar men raakt er niet over uitgepraat. Wat zou het goed zijn als men niet uitgepraat zou raken over de achtergronden van de gevangenneming en gelukkig ook weer vrijlating van Vermeulen. En over zijn missie. Daarbij valt de ontmaskerde journalist volledig in het niet. Wat is er voor nodig om daar andere keuzes in te maken? Waar men de aandacht aan schenkt en waar men zich druk over maakt?

Dat is een kwestie van bewustzijn. Een woord slechts. Het klinkt overal, je wordt ermee doodgegooid in cursussen maar wat is het? Men zoekt het door op een kussentje te gaan zitten. Bijvoorbeeld. Steeds meer mensen doen dat tegenwoordig, ter meditatie en dat is een goede trend. Maar het begint pas als je van je kussentje afkomt. Het begint bij terugkeer in de hectiek en realiteit van het Hier& Nu: De yoga, de meditatie, de Boeddha, Jezus, God, Godin, noem het, geef het een Naam, maar Het begint pas als je opstaat. Als je als mens verrijst. Als individu, rijker geworden door contact te maken met je ziel, zittende op je kussen want: Om van je kussen op te kunnen staan, moet je er wel eerst op gaan zitten.

Stel:
Men krijgt bewustzijn wat megastallen en legbatterijen werkelijk inhouden. Letterlijk: duizenden gemaltraiteerde, beschadigde en lijdende dieren. En overdrachtelijk: gewetenloze uitbuiting van dieren door mensen. Als doordringt wat daar eigenlijk gebeurt, is het ónmogelijk om nog deel te nemen aan dat circuit. Dat betekent niet dat je dan maar vegetariër moet worden, het betekent dat je niet meer meedoet aan deze kringloop en dan houdt het vanzelf op. Geen ingewikkelde maatregelen die zo lek zijn als een mandje, geen incompetente staatssecretaris meer nodig: het houdt vanzelf op te bestaan. En de aandacht voor biologische veeteelt zal vanzelf regels genereren die deze cultuur ondersteunen in plaats van tegenwerken. De consument als collectief heeft meer macht dan welke regering ook. Als de mensen zich dat eens bewust zouden zijn…

Stel:
Men gaat zich realiseren hoe dolfijnen het dolfinarium zijn binnengekomen. Ook eerst in een net gevangen, net als de dieren van het filmpje en net niet genoeg met harpoenen bewerkt om te sterven want dan hebben ze er niets meer aan. Nee, ze blijven in leven en mogen hun kunstjes vertonen voor de mensen in het dolfinarium.
"Maar ze vinden het leuk! Echt, dat zie je toch?”
"Nee, ze vinden het niet leuk… Echt. Dat zie je toch? Als je goed kijkt.”

Sea Shepherd neemt de oceanen en al wat daarin leeft in bescherming.

Het conflict met de Japanse jagers en actieman Erwin Vermeulen is een prima Kans om ons, stuurlui aan wal, te laten ontwaken aan onze verantwoordelijk voor de planeet. Om een uiterst krachtig mechanisme in werking te krijgen wat heet: Bewustzijn. Opdat niet de regels maar het geweten van mensen de zaken aanstuurt.
Dankzij Helden & Ridders anno 2012.


gedichtje...

D e   W o l k e n v o g e l

De Wolkenvogel viel met duizelingwekkende vaart naar beneden
terwijl hij bewegingloos in de lucht hing
De zon deed dat ook
van grote hoogte op weg naar de horizon

De Wolkenvogel trachtte haar van de ondergang te redden
en sperde zijn snavel open
om haar mee te nemen in zijn verstarde vlucht
rakelings over zee…

Maar de Tijd haalde hen in
verdreef de dag en daarmee de zon
Sinds het begin van tijd
onafgebroken samen
in een onverbiddelijke lotsverbondenheid

De Tijd vaagde ook de Wolkenvogel weg
Hij slaat niemand over

En zo zullen we nooit weten
of het hem gelukt zou zijn
om de zon te redden van haar ondergang



De Familie Europa


Stel de Europesche Gemeenschap is een familie, een oude, voor mijn part adellijke familie, met het voorouderlijk kasteel in de bossen nabij Brussel. En de landen zijn de familieleden. Vader, moeder, kinderen, een grootmoeder van achtennegentig, een stel neven en nichten, drie ooms en vijf tantes en dat is het zo’n beetje. Zevenentwintig in totaal. Niet meegeteld zijn de bastaards, verguisd en op een zijspoor gezet als het om de erfenis gaat: de koloniën.

De Familie Europa.
Wie zouden de ouders zijn, de kinderen? Wie is de oude grootmoeder, al of niet wijs? Engeland? Duitsland? Nederland? Vliegen ze elkaar in de haren of vormen zij een sterk en loyaal Verbond. Kunnen ze elkaar vertrouwen of bedotten en bedriegen zij elkaar.

Er was eens, lang geleden in een land ver van hier…

Ik zie een Europarlementariër op de televisie in een late-night actualiteiten programma zijn mening geven over de toestand in Griekenland. De arrogantie heeft maat XXL. Hij was er geweest, in Griekenland, hij is net terug in feite. Hij heeft er met de politiek gesproken, niet met de mensen, met de politiek. Hij weet wat er moet gebeuren: wij zullen de Grieken mores leren. Wij sturen onze ambtenaren en diplomaten en zullen hen leren hoe je, bijvoorbeeld, belastingen int. Niet alleen belastingen verhogen en uitvaardigen, nee innen. Daar zijn wij, de familie Europa, goed in, in innen, dat doen we al eeuwen. We hebben de zeeën bevaren en zetten voet in verre landen waar wij hebben geďnd.
De Europarlementariër heft zijn vinger en zwaait ermee als hij nog eens memoreert hoe de Griekse overheid de zaak heeft beduveld en bedrogen.
Dat is waar. Daar mag je iets van zeggen.
Moet je iets van zeggen zelfs.
Maar wacht, wie moet dat zeggen?

Hij die zonder zonden is werpe de eerste steen.

Freeze… men valt stil, steen halverwege in de lucht.
Wát zeg je?
Hij die zonder zonden is werpe de eerste steen.
Ja, we hoorden je wel.

Waar zijn degenen die verantwoordelijk waren voor het sjoemelen met de cijfers? En waar zijn de ambtenaren en europarlementariërs die dit jaren lang niet in de gaten hadden en geld bleven sturen? En waarom blijft de super- en superrijk geworden elite die zijn munten al lang elders heeft ondergebracht buiten schot? Waarom rept de Europarlementariër met geen woord over hen? ‘Nu moeten ze nog leren de belastingen ook te innen!’ roept hij en loopt rood aan van intense betrokkenheid bij de problematiek. Hij weet het! En de zijnen weten het. Hoe het moet. Gebundeld in een pakket maatregelen. Zorgvuldig opgesteld door de boekhouder van de familie Europa.
Europarlementariërs: parlementeren zij voor de mens of voor de munt?
Vooralsnog hebben zij een pakket maatregelen. Dat is nodig ja, maar ach…

Hoe naďef. Hoe zorgwekkend naďef.
Hoe kan een pakket maatregelen ooit een corrupt systeem doordringen, een eeuwenoude cultuur overschrijven, een volk ‘motiveren’ opdat het zich gedraagt conform de mores van de familie Europa? Het zijn andere genen, ander DNA… Dat verander je niet met maatregelen.

En hoe gaat het er inmiddels aan toe in het thuisland van de parlementariër? Hij woont in Brussel, in een riant appartement op kosten van degenen die belasting betalen in zijn thuisland en leest de krant zo af en toe. Tussen de bedrijven door.

‘Ziekenhuizen mogen winst uitkeren’, staat er in de krant. De zorg voor de zieke mens is een commercieel product geworden. Als iemand zoiets tien jaar geleden voorspeld zou hebben had men hem voor gek verklaard.
Neerwaartse bewegingen richting verval en decadentie voltrekken zich langzaam, steeds een klein stukje opschuiven en als de gemoederen bedaard zijn weer een stukje totdat de zieke mens een commercieel product is geworden. Er gaat zóveel geld om in ‘De zorg’ dat het interessant is geworden voor investeerders, leest de Europarlementariër in de krant. Gaat het daarbij om de zieke mens? Nee, natuurlijk niet. Het gaat om de winst. Luistert u mee, neef Griekenland, zo doen wij dat in de wat koelere streken van ons oude continent. Goed opletten.

‘De NS heeft bonussen uitgekeerd aan het management.’
'Bonussen? De NS is toch een staatsbedrijf met een publiek doel?'
'Nou en.'
'Ja maar… '
'Het is zo afgesproken, het staat in het contract met het management.'
'Ja maar… er is geen geld voor materieel en personeel.'
'Dat is niet onze zaak, daarvoor moet je bij Pro-rail zijn.'

Luister je nog neef Griekenland.

Zet je muts op, het is koud. En kijk.
Kijk! Een ander Nederland komt tevoorschijn, een kleurig, opgewekt, gevarieerd Nederland. Men staat op van de bank, uit de luie stoel, bindt de schaatsen onder en begeeft zich op het ijs. De Vorst heeft in slechts enkele nachten voor elkaar gekregen wat de politiek alsmaar niet lukken wil: saamhorigheid, plezier, alles en iedereen door elkaar en met elkaar. In de stad, op het platteland, overal waar water is en er is veel water in Nederland! Stromend water dat stil is komen te liggen en de mensen verzamelt.
Het kan dus…
Ook als het weer gaat dooien.

De Europarlementariër vouwt de krant dicht, fronst en strijkt zich bedachtzaam over zijn gladde kin. Dan staat hij op, pakt zijn telefoon en toetst een nummer is…
‘Ne?’

‘Antonios? Met mij. Je neef. Neem een paar dagen vrij en kom hierheen. Warme kleren en een muts mee. We gaan naar Nederland.’ 
 


2 0 1 2
deel I van II

Er is geen jaartal dat zo veelvuldig en zo divers wordt aangehaald als 2012.

Het jaar 2000 deed ook veel stof opwaaien maar 2012 spant de kroon. En terecht.
We zullen de Maya’s erop na moeten slaan om erachter te komen waarom. Ook zij worden aangehaald en geciteerd en dan gaat het onvermijdelijk over het einde der tijden alias het einde van de wereld: De Apocalyps.

Het is maar wat je een einde noemt. Als men daarmee bedoelt de fundamenten waar onze maatschappijen op gebouwd zijn, ja, dat zou best wel eens kunnen. De wereld anno 2012 is geworden wat zij is door de keuzes die zijn gemaakt en door uitvindingen die de cultuur ingrijpend veranderden. Door idealen, al of niet voorafgegaan door een revolutie of oorlog die ‘een nieuwe tijd’ inluidden. Of door een koele greep naar de macht, niks ideaal, niks filosofie, gewoon macht. We hebben er eeuwen, millennia en wie weet nog langer aan mogen knutselen en uitvinden, beproeven en toetsen, gebruiken en misbruiken.
Tijd genoeg…

Tijd ondergebracht in kalenders, rekensystemen en rituelen. Tijd vastgelegd volgens afspraken: de Gregoriaanse kalender. Of in een monument: Stonehenge en vergelijkbare bouwwerken. Ook de meest verstokte scepticus en rationeel ingestelde mens kan er niet omheen, deze monumenten zijn zo gebouwd dat bij de winter- en zomerzonnewende de zon (of Sirius) exact door een venster of opening te zien is en het hart van het bouwwerk raakt.
De mens heeft zich altijd verwonderd over het verschijnsel tijd en daar ideeën over ontwikkeld. Al of niet omgeven door ceremonie en mysterie.

Hebben wij in onze moderne tijd nog ceremonie en mysterie verbonden met tijd?
Nee.
Onze cultuur heeft zijn fundament in de economie, in geld verdienen, welvaart ook (ofschoon je lang in debat kunt gaan over wat welvaart is), ontwikkeling van het intellect door onderwijs, techniek etcetera.
En zij heeft haar fundament in macht.
Macht kun je beschouwen als een parameter voor beschaving. Observeer de machtsstructuren in een samenleving en je observeert de mate van beschaving.
We zijn ver van huis…
We hebben geen beschaving, we hebben zelfs geen samen-leving. We hebben een maatschappij.

Dus geen ceremonie en mysterie over de tijd bij ons in het westen, evenmin in het oosten, en zal het lastig zijn een kalendersysteem van de Maya’s te begrijpen of te waarderen, laat staan te doorgronden.

Er zijn veel boeken en publicaties inclusief websites gewijd aan hun geniale kalendersysteem. Essentieel verschil met onze gregoriaanse kalender is om te beginnen dat die van de Maya’s samenhangt met de natuurlijke bewegingen van aarde, zon en maan. Het jaar is in dertien maanden/manen onderverdeeld synchroon met de maancyclus van 28 dagen. Past perfect. Maar ook, en dat is interessant, betrekken zij de sterrengroep de Pleiaden in hun systeem. De aarde maakt aldus drie rondes:
om de eigen as in 24 uur
om de zon in een jaar
én samen met de zon om de centrale ster van de Pleiaden (Alcyone) in 26.000 jaar.
Op dat moment staat de aarde niet alleen in een rechte lijn met de zon, maar ook met het centrum van de Melkweg.
Nogal een moment dus.
En dat moment nadert: 21 december 2012

Op deze dag eindigt de langste en meest complete cyclus van ons planetenstelsel. Het is twaalf uur oudejaarsnacht maar dan in veelvoud, tot de duizendste macht verheven. Cyclus voltooid. Het einde van de tijd?


Nee.
Een nieuw begin.


1 januari 2012


2012

Deel II van II

Omdat onze cultuur geen ceremonie en mysterie meer verbindt met tijd en weinig op heeft met kosmische samenhangen - is meer iets voor zwevers en new agers immers - zal de gedachte dat met een nieuwe cyclus van 26.000 jaar ook een nieuwe cultuur aanbreekt niet veel mensen op de been brengen. Bij wijze van spreken. Geen champagne, knallende kurken en vuurpijlen, geen terugblik en vooruitblik, geen top tien van toen en top tien voor straks. Jammer. Want de mogelijkheden die voor de mens gaan komen zijn ongekend. Als het meest schitterende siervuurwerk waar we ons allemaal aan hebben staan vergapen. Magic in the air.

De voltooiing van een kosmische cyclus en het begin van de volgende zou je kunnen vergelijken met het wisselen van de seizoenen. Van de winter naar de lente bijvoorbeeld. De meest invloedrijke. Maar dan een winter die 26.000 jaar geleden begon en geleidelijk een heel continent met een dikke ondoordringbare laag ijs en sneeuw bedekte. Onbereikbaar en ontoegankelijk. Overdrachtelijk gesproken. We hebben het over cultuur, abstracte waarden, ideeën, ethiek en idealen. Over het mysterie van tijd en wat deze verborgen houdt dan wel openbaar maakt. Als we zover zijn. Want de transitie naar de volgende cyclus van ons zonnestelsel markeert veel meer dan een rekenkundig model.

Om bij het beeld van een bevroren continent te blijven, stel nu eens dat bij het smelten van het ijs zaden en kiemen van planten tevoorschijn komen waar wij het bestaan niet (meer) van kennen? Of van dieren? Mensen misschien? Bewaard en geconserveerd en nu tot leven gewekt. Door zon en door licht. Door het doorkruisen van een kosmisch landschap waar we 26.000 jaar geleden voor het laatst geweest zijn. En met de bagage van wat we in die enorme periode hebben meegemaakt, geleerd, geleden, doorstaan, beproefd en geërfd.

Maar voordat de schatten gedolven kunnen worden, en weer: overdrachtelijk gesproken, zal eerst de rommel moeten worden opgeruimd, oude vetes bijgelegd, van mens tot mens en van land tot land. Niet met nog meer oorlog en geweld, niet met macht en onderdrukking, maar met bewustzijn.
Bewustzijn! ‘Ha. Iets voor zwevers en new agers. Dat gaat niet werken. Daar krijgen we de pleinen niet mee vol.’

Het gaat wel werken. Niet alleen omdat we wel moeten, als wij het tij niet keren doet de aarde het zelf en ze heeft een arsenaal aan mogelijkheden: vulkanen, zeeën en schuivende aardlagen die reageren op trilling. Trilling van mensen, gedachten, gedragingen en motieven. De planeet reageert op waar ze een ondeelbaar onderdeel van is.
Van ons mensen. Dus moeten ook wij individueel onze rommel opruimen.
En ze is een onderdeel van de kosmos.
De kosmos! ‘Ha. Iets voor zwevers en new agers. Daar kopen we niks voor.’

Klopt, met geld kom je hier niet ver. Maar het gaat wel werken. Niet omdat we wel moeten maar omdat we het willen. En dat gebeurt vanzelf zodra we meer zicht krijgen op de samenhang van alles dat leeft en ademt, op de kosmische orde en de schoonheid daarvan. Op het mysterie van de tijd.

En dan volgt de ceremonie vanzelf.

2 januari 2012



Rebelse koningin

Toeval of niet, na Willem van Oranje word ik geďnspireerd door de kersttoespraak van Beatrix. Voor het eerst van mijn leven kijk ik naar de toespraak en meteen midden in de roos: rebels! Ik laat me niet misleiden door de stilistische, uiterst beschaafde en welhaast onbewogen voordracht, ik hoor de woorden en denk er een andere koningin bij. Een die schuilgaat achter het strakke kapsel en het statisch geregisseerde optreden. Een die popelt de handen die netjes over elkaar op de tafel rusten op te heffen en ermee te zwaaien. Boven haar hoofd.

Daar zat ze, onze vorstin en gaf het volk een gehazepeperde kerstrede.

De emoties die ten grondslag liggen aan de redevoering creëren hun eigen beeld wat zich losmaakt van de camera en een andere Beatrix verschijnt voor mijn geestesoog: ze gaat voorover zitten, zet haar woorden kracht bij, plaatst haar handen plat op de tafel en buigt zich naar voren, naar ons die zij toespreekt. Ze gesticuleert, haar handen woelen door de permanent waardoor deze inzakt en er een betrokken, verontruste vrouw in beeld komt die een van de zeer weinige gelegenheden te baat neemt haar eigen ongezouten mening te geven over het bestuur van volk en vaderland.
Een oproep tot rechtvaardigheid, duurzaamheid en gemeenschapszin en een afstand nemen van verrijking en uitbuiting. Dat laatste woord klonk niet letterlijk, maar zeg je het één, dan zeg je het ander, al of niet hardop.

Makkelijk gezegd voor een van de rijkste families van Nederland en daarbuiten? Zal best maar daar gaat het nu even niet om. Zij roept op, tien minuten heeft ze om op te roepen en dat is wat ze doet.

Ik zie haar tijdens het spreken van haar stoel opstaan en door de stijlkamer ijsberen, geëmotioneerd, hoezo niet er is alle reden voor en emoties communiceren als een malle, iedereen gekluisterd aan het scherm. Ze loopt naar de tuindeuren en zwaait deze open, op naar de natuur, camera volgt haar op de voet. De tuin die voor een moment symbool staat waar ze een lans voor breekt: de natuur, de aarde, de planeet. Thuisbasis van de menselijke soort die dat alleen kan zijn en blijven als we daar zelf zorg voor dragen.

Ze gaat ons voor naar een rijtje bomen dat er honderd jaar over heeft gedaan een rijtje bomen te worden, legt haar vingers even aan de lippen, sssst…
‘Hoorde u hem? Dat was een winterkoninkje. Boom weg, winterkoninkje weg.
Het is maar een klein nietig voorbeeld’ zegt ze, ‘en ik besef dat ik persoonlijk weinig last heb van alles waar u en de uwen last van hebben, maar ik breek toch deze lans opdat u weet waar ik voor sta. Ik maak gebruik van de kieren in het protocol en zeg wat ik ervan vind, een goed verstaander heeft maar een half woord nodig. U, u met zijn allen, u heeft meer macht dan ik. U kunt het tij keren, ik niet.
Doe het dan…’

Ze keert om, loopt terug naar de stijlkamer, sluit de deuren en neemt weer plaats achter de tafel. Ze strijkt een losgewaaide haarlok op haar plaats, kijkt in de camera en fluistert:
‘Dóe het dan.’


27 december 2011


Willem de Zwijger

Willem de Zwijger, alias Willem van Oranje, alias de Vader des Vaderlands.
Drie namen voor een man met een ideaal: een verenigd land met vrijheid van godsdienst.

Vrijheid van godsdienst. Dat wil zeggen: religie niet dwingend opleggen noch verbieden. 
Willem van Oranje switchte gedurende zijn leven zelf enkele malen van protestant naar katholiek en weer terug, al of niet onder de druk der omstandigheden of uit diplomatieke overwegingen. Het lijkt erop alsof een natie, of staatsman, die zoekt naar een eigen identiteit en naar vrijheid altijd ook wordt getoetst en beproefd op het integreren van religie en van religieuze tegenstellingen.
Op 10 juli 1584, toen de Zwijger zich na de lunch naar zijn werkkamer in de Prinsenhof wilde begeven, werd hij opgewacht door Balthasar Gérard. Twee schoten maakten een eind aan zijn leven. En aan zijn werk en dat was de bedoeling. De twee kogels die de muur langs de wenteltrap schampten en butsten vereeuwigen dit drama. Ze zijn een gedenksteen geworden want een ieder die ze passeert zal zich de gebeurtenis voor de geest halen, het even voor zich zien als een kort film fragment dat keer op keer wordt afgedraaid waarmee een doodsmoment tot leven wordt gewekt. Perpetuüm mobile…
En hoe zit het met het ideaal van Oranje? Wordt dat ook tot leven gewekt of beperkt men zich tot het drama.

Balthasar Gérard zouden we nu, anno 2011, een godsdienstfanaat noemen. Een extremist.
Het was niet de eerste en ook niet de laatste politieke moord uit naam van god en vaderland. Je reinste paradox en er is nog nooit heil uit voortgekomen, alleen maar meer tegenstelling, haat en nijd. Met god, wat men daaronder ook moge verstaan, heeft het niets te maken.
Het heeft alles met macht te maken. En met angst. Zijn we al iets opgeschoten in de 427 jaar die we verder zijn?

En wat is er gerealiseerd van het ideaal van één natie met vrijheid van godsdienst? Godsdienst opgevat als levensovertuiging, levensstijl desnoods. We hebben de hemel zij dank geen inquisitie meer maar intolerantie en fanatisme zijn niet verdwenen. Integendeel. Ze tieren als onkruid in een tuin na een regenbui in de lente. Afgevuurd in one-liners, tweets, in het debat, op straat, op televisie, in de media, in de Staten Generaal…

Hebben we nog politici met echte onvervalste idealen?
Zijn ze er niet
of
Zwijgen ze…


22 december 2011


Kruistocht in spijkerbroek

Dat stond ie dan, onze premier, in hemdsmouwen en spijkerbroek, de manschappen toe te spreken. Manschappen noemen we het nog steeds ofschoon er al sinds enige tijd ook vrouwen deel van uitmaken. Maar dat terzijde. Hij stond daar dus voor de mensschappen en had van te voren goed bestudeerd hoe zijn helden, de Grote Staatsmannen, mannen met macht, zich presenteren voor de troepen. Losjes, casual, jongens onder elkaar, high five-je bij het verlaten van de barakken en trots op volk en vaderland. Uniformen met de nationale kleuren in het embleem in een van god en alles verlaten streek wakkeren de nationale sentimenten aan als wind in de zeilen op een Fries meer. Trots dat ze een paar keer per week de poort uitgaan om cursussen te geven en op te leiden.

Cursussen, opleiden…

in een gemaltraiteerd en getergd land waar een vaardigheid als lezen en schrijven net zo zeldzaam is als een paradijsvogel. Waar vrouwen worden onderdrukt en beschadigd op een manier zoals bij ons in het verlichte westen destijds door de inquisitie. En dat is welbeschouwd helemaal nog niet zó lang geleden hoor. Waar het deze landen schrijnend aan ontbreekt, is een volwaardige en gelijkwaardige plaats en positie van de vrouw, van het vrouwelijke in het algemeen, los van sexe. Als kwaliteit, eigenschap, als cultuur en vooral en met name: als kracht.

Culturen waar het vrouwelijke van de kaart is geveegd kapseizen op den duur, het kan enkele eeuwen duren, maar het kapseist. Niet alleen omdat er onherroepelijk een moment zal komen waarop de wal het schip keert, de vrouwen op gaan staan en ermee stoppen slachtoffer te zijn van de omstandigheden. Het zal ook kapseizen omdat een cultuur die de natuurlijke tegenpool consequent buiten spel zet en onderdrukt en monddood maakt langzaam maar zeker vastdraait en zichzelf verstikt. Het leven vertrekt, de dood blijft over.

Kunduz en het land waarin het ligt worden niet geholpen door nog meer mannen in uniform, met wat voor goede bedoelingen en moed ze er ook voor gaan. Mannen van een half miljoen per stuk. Onze premier stond dus voor zo’n slordige tien-, vijftien miljoen zijn speech te houden.

Hoe helpen we ze dan, is de vraag. Het land is één groot kruitvat, de mensen uit het vrije en verlichte westen weten en begrijpen niets van stammencultuur, van een nomadisch bestaan. Maar wij hebben een collectief geheugen over de inquisitie en wat dat heeft aangericht. Bewustzijn is hier de schakel. Hoe dat een getergd en straatarm volk kan helpen hebben we nog niet getoetst. Zoals we ook niet getoetst hebben hoe het land zijn eigen schatrijke bodem zou kunnen gaan exploiteren ZONDER dat anderen dan de rechtmatige eigenaren, het volk van dat land, er met de buit vandoor gaan.

Soldiers, go home…

17 december 2011


God in Zwitserland

De wetenschappers van Cern noemen het Higgs deeltje ook wel het God-deeltje. Het is de verbindende schakel tussen theorieën die tot nog toe niet met elkaar in overeenstemming te brengen waren. Hachelijk om als leek iets te citeren over zulke complexe zaken als de kwantumfisica. Maar het is wel interessant te weten dat ook in de esoterische zoektocht van de mens het de Paradox is die iemand tot een bewustzijnssprong kan brengen. Het vraagt van je verder te kijken, verder te reiken dan het eerstopkomende. Thinking out of the box… dan kun je in wonderlijke werelden terecht komen.

Het Higgsdeeltje houdt de wetenschappers bezig in hun zoektocht naar de oorsprong van het leven.

Het Leven!

We willen weten over het leven! Wat een verademing tussen de krantenberichten op een gemiddelde dag, een door-de-weekse-dag-krant die rapporteert over dood, destructie, onderdrukking etcetera. Over conflict en honger en nog meer dood.

En dan ineens

is daar het Higgs-deeltje, het God-deeltje, ondergronds in Zwitserland.

We zullen het nooit te zien krijgen, alleen in zijn manifestatie.

Of is het haar manifestatie, dan is het een Godinnen-deeltje.

Dames en heren in Cern, zullen we het nu eens een keer met de vrouwelijke signatuur bekleden?

En eens zien wat dat doet met de wereld?


Het is sneller dan het Licht…


14 december 2011

 

Dagobert Duck

Vraagt niemand zich nu eens serieus af hoe de miljarden bijeen gesprokkeld gaan worden die in de bodemloze put van IMF en ECB gestort gaan worden? En hoe wordt dat beheerd? Hoe kan ooit iemand toezicht houden op zo’n berg geld, hoger dan de boomgrens en met ontoegankelijke vlijmscherpe ijstoppen. Niemand kan daar komen… behalve Dagobert Duck.

 Gaan we weer: snoeien in de zorg, hypotheken enzovoort. Hoezo lezen we nooit iets over dat totaal mislukte vliegtuigje wat ons nu al meer heeft gekost dan het hele pakket bezuinigingen bij elkaar en het eind van de financiële verplichtingen bevindt zich zich nog ver achter de horizon. Of chargeer ik nu. Nee hoor. Heeft iemand ooit de werkelijke begroting gezien? Nou dan.

 Ik heb wel een minister met glimmende oogjes bij het model zien staan, als een jongetje van zes voor de etalage van een speelgoedwinkel in sinterklaastijd. Een vliegtuigje dat waarschijnlijk bij de eerste testvlucht al uit de lucht zal vallen. ‘De mankementen zijn aangetoond!’ Dames en heren van de regering, gaat u nog iets doen met deze informatie of is het wachten op de enquete commissie die in 2015 gaat onderzoeken hoe het toch zo ver heeft kunnen komen dat we op het verkeerde paard hebben gewed. Het is nog drie weken 2011 en we kunnen nog zeggen: ‘Nee, nu even niet, we hebben op dit moment wel iets anders aan ons hoofd dan een volstrekt overbodig vliegtuig. En we hebben schoon genoeg van oorlog, we willen geen oorlog dus wat moeten we ermee’.

 Zoals er nee wordt gezegd tegen kwetsbare mensen, zoals er gesnoeid wordt in kwetsbare sectoren, zoals er gehakt wordt in de natuur die er honderd jaar over heeft gedaan om zo ver te komen en die honderd jaar nodig zal hebben om te herstellen.

 Als er iémand is die wekelijks deze dingen onovertroffen en feilloos aan de kaak stelt is het Youp van ’t Hek met zijn column in NRC. Is hij een roepende in de woestijn? Geen sprake van. Integendeel. Hij vertegenwoordigt een dagelijks groeiend collectief van mensen dat er genoeg van heeft. Een nu nog onzichtbaar collectief, maar als we een Plein zouden hebben zoals in Egypte of Moskou zou er niet genoeg plaats zijn.

Er zijn andere manieren, vreedzaam maar onafwendbaar.

Kwestie van tijd.

10 december 2011


Europese top

Hoe lang denkt de politiek nog dat wij -  burgers, ingezetenen, stemgerechtigden, gewone en ongewone mensen - het spel nog meespelen?

 Men treft voorbereidingen een Nieuwe Commissie in het leven te roepen die de problemen die de huidige politieke leiders zwaar boven het hoofd zijn gegroeid op Europees nivo moet gaan oplossen. Een commissie die erop gaat toezien dat landen wiens begroting kapseist en de regels voor toegestane tekorten overtreedt gaat aanpakken.

Hoe aanpakken.Wat aanpakken.

Het is tot nu toe geen enkele politiek leider of vertegenwoordiger van machtige overkoepelende instituten als het IMF en de ECB gelukt een antwoord te vinden op de enorme kwesties die de economie en daarmee de wereld in hun greep hebben. Meer macht als antwoord op macht. Het zal niet werken.

Er is tot nu toe niemand die zelfs maar in de buurt van een verlossend woord of visie is gekomen. Hoezo zou deze wel gevonden worden in het op te richten nieuwe instituut?

Wie komen daar in? Anders dan wat we al hebben? Een collectief halfgoden soms, gezegende genieën en redders die tot nog toe hun mond hebben gehouden, wachtend op een Commissie om zitting in te nemen om vervolgens de verlossing te prediken?

 Hou toch op!

Daar staan ze straks,  mannetje, mannetje, vrouwtje ertussen misschien, nog een mannetje met torenhoge salarissen, torenhoge declaraties, torenhoge kosten, een stoet personeel met evenzo declaraties bovenop het salaris etcetra etcetera.

 De Toren van Babel, hoe zat het ook daar ook alweer mee…

 8 december 2011



Vondelpark

Aan het begin van mijn rondje Vondelpark aan het eind van een prachtige herfstdag passeer ik een grasveld waar een grootvader met twee kleine nakomelingen aan het voetballen is. Op de terugweg, drie kwartier later, zijn ze er nog, jongetjes met rode wangen, opa zijn jas inmiddels uit. Terwijl ik langsloop vraagt een van de jongetjes terwijl hij de bal uit de bosjes vist: ‘hoeveel staat het nu?’

Opa: ‘Dertig nul voor mij.’


De wereld een Schouwtoneel

Onlangs was ik getuige van een indrukwekkende voorstelling: Mathilde.

Een prachtig toneelstuk over het leven van Mathilde Willink, waarmee deze flamboyante persoonlijkheid weer even in onze herinnering kwam: ruim 35 jaar na haar dood was zij daar, tot leven gebracht door een mannelijke acteur:Louis van Beek. Het overschrijden van schier onverbiddelijke grenzen, het is mogelijk. Door Kunst, door de menselijke verbeelding, creativiteit en talent. Getuige zijn van zo’n soort voorstelling laat mij altijd weer achter met verbazing, verbijstering soms en wekenlang nagenieten en denken over wat ik heb gezien. Nog weer eens een catalogus van Willink openslaan bijvoorbeeld op zoek naar Mathilde, waardoor zomaar ineens de prachtigste schilderijen voorbijkomen, een oud zwart-wit filmpje uit 1973 op you-tube voor een interview met haar en hoor ik hetzelfde dialect als in de voorstelling. Fictie en werkelijkheid gaan in elkaar over, de techniek anno 2011 maakt me bewust van de grenzeloosheid van onze digitale wereld, de revoluties op alle gebied en de stand van zaken in onze maatschappij.

En dat allemaal door de kunst, die ondanks onbegrensde technische mogelijkheden altijd zal blijven wat zij ten diepste is: mensenwerk!

1 december 2011


Copyright © 2015 - DE DAGERAADVANGER. All rights reserved. | Terms and Conditions | Disclaimer |                                         Design by STUDIO182